> dcolumn.php?nr=46863&stuurdoor

Column

 
 
1 februari 2020

ter overdenking

 

Zout en licht

Aan het begin van dit nieuwe jaar is het misschien goed om eens na te denken over wie wij nu eigenlijk zijn, wat onze identiteit is. 

In december zijn we een nieuw kerkelijk jaar begonnen met een periode van verwachting, de adventstijd, gevolgd door feest, het feest van de geboorte van Jezus. Voor veel mensen gezellige en warme dagen met familie, vrienden, lekker eten en flonkerende lichtjes. Voor anderen moeilijke dagen vol gemis en eenzaamheid. Al die emoties liggen inmiddels achter ons; januari is de meest nuchtere en misschien wel ontnuchterende maand van het jaar. Dus is het na al die feestelijkheden helemaal niet zo gek om eens na te denken over: wie zijn wij als gelovigen, als gemeente, wat is onze identiteit.

Een mogelijk antwoord daarop vinden we in de Bergrede, in Mattheüs 5: 13-16. Jezus spreekt een grote menigte mensen toe over vrede en recht, doen en laten en het Koninkrijk van God, we kennen het allemaal wel want het is zeker onder doopsgezinden een geliefd Bijbelgedeelte.

‘Jullie zijn het zout van de aarde’ zegt Jezus. Zout, dan denk je spontaan aan eten. Er zijn allerlei uitdrukkingen die betrekking hebben op zout: het zout in de pap verdienen, het nog nooit zo zout gegeten hebben, een zouteloze opmerking, etc. Zout is een belangrijke smaakmaker. In oude tijden was zout kostbaar omdat het schaars voorhanden was. Er waren speciale handelaren in zout. Het Picasso Museum in Parijs is gevestigd in het Hotel Salé, het huis van een voormalige zouthandelaar. Ook de overheid wilde graag een korreltje meepikken en lange tijd werd er in vele landen belasting geheven op zout.

Maar zout is ook een conserveringsmiddel, een middel om etenswaren langer te kunnen bewaren. Denk maar aan gezouten vis, zuurkool en snijbonen in het zout. En je kunt er sommige vlekken mee verwijderen.

De volgelingen van Jezus als smaakmakers, conserveerders en vlekverwijderaars, ik vind het in overdrachtelijke zin wel een mooi en treffend beeld. Zonder zout is er veel minder smaak, bederven dingen veel eerder en niemand wil zichtbaar met vlekken rondlopen. Het doet er dus wel degelijk toe, dat blijkt wel uit de vervolg- woorden van Jezus: als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden?

Jullie zijn het licht in de wereld, vervolgt Jezus zijn rede. Jullie zijn een stad die boven op een berg ligt en niet verborgen kan blijven. Niemand steekt een lamp aan en verstopt die dan. Nee, men zet hem op een standaard zodat iedereen zijn licht kan zien. Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen.

Licht, daar hebben we naartoe geleefd in de advent, daar hebben we van gezongen met kerst, nu is het tijd om zelf licht te worden, om uit te stralen wat we gevierd hebben in december.

Dat is niet iets om moedeloos van te raken. Om te denken: wat maakt het uit want de wereld ervaart de gemeente niet als zout, niet als het licht waar iedereen blij mee is en op af komt. Want was het in de tijd van Jezus, in de tijd van Mattheüs dan zoveel anders? Was het mondiaal gezien ook niet een heel klein groepje dat Jezus volgde en luisterde naar zijn lering? En toch zijn de woorden van Jezus al zoveel eeuwen doorgegeven, ze hebben alle wereldlijke machten en krachten overleefd. Het gaat niet om de kwantiteit maar om de kwaliteit. Bovendien is de gemeente niet op eigen kracht zout en licht, maar door Hem die zelf het Licht is voor de wereld, het zout van de aarde. Daaruit mogen wij putten om zout en licht te worden. Komend uit het licht van kerst is dat een prachtig beeld en een geweldige opdracht.

                                                                                         Marjolein Peters


Voor meer zie het overzicht

 
Meer informatie   ANBI-register Doopsgezinde Gemeente Breda
contact maandblad privacy
routebeschrijving nieuwsbrief disclaimer
veelgestelde vragen inloggen colofon
2020 Doopsgezind.nl