> dcolumn.php?nr=36616&stuurdoor

Column

 
 
26 november 2018

een overdenking

De tong is maar klein en de 3 zeven.

De tong is maar een klein lichaamsdeel – niet zo groot als een hart, een voet of een rug. En toch moet je haar niet onderschatten. Een woord is snel verklonken, maar kan een lange nawerking hebben: opbouwend of vernietigend voor een ander.

Doopsgezinden zeggen wel eens: “Daden gaan woorden te boven”. Maar die tegenstelling is misleidend! Een woord(je) kan immers ook een ware weldaad of een echte wan- of misdaad zijn! De Hebreeuwse taal maakt geen verschil tussen ‘daad’ en ‘woord’: het Hebreeuwse ‘dabar’ betekent namelijk zowel woord als daad! De tong – werktuig en symbool voor het woord – is daarom niet zonder daad-kracht: nu eens een gezegend geschenk om op te bouwen, dan weer een vervloekt wapen om iemand te vernietigen In het Duits bestaat de rake uitdrukking ‘roepmoord’, als mensen door kwade achterklap – waar of onwaar – zorgen dat iemand geen leven meer heeft.

Socrates

Een schitterend en humoristisch verhaal over de beroemde wijsgeer Socrates maakt dit duidelijk: Iemand komt opgewonden bij Socrates: “Moet je eens horen, Socrates! Ik wil jou vertellen, hoe jouw vriend...” “Ho, ho eens even!” onderbreekt de wijze Socrates de roddelaar. “Heb je dat, wat je mij wilt vertellen, gezeefd door de drie zeven?” “Wat? Drie zeven?” vraagt de andere verbaasd. “Ja, drie zeven. De eerste zeef is de zeef van de waarheid: heb je alles, wat je mij wilt vertellen, getoetst of het echt waar is?” “Nee, ik heb het van horen zeggen en...” “Ja ja. Maar je hebt het toch zeker met de tweede zeef getoetst: dat is de zeef van de goedheid. Ik bedoel daarmee: is dat, wat je mij wilt vertellen (als het al niet waar is) tenminste goed?” “O nee, dat zeker niet, integendeel…” Socrates onderbreekt hem opnieuw: “Laat ons dan nog de derde zeef gebruiken: de zeef van de noodzaak. Is het eigenlijk noodzakelijk, dat je mij dat vertelt, waar je zo opgewonden over bent?” “Nee, noodzakelijk is het beslist niet...”. “Wel”, antwoordt de wijze Socrates hem, “indien dat, wat je mij wilt vertellen, noch waar, noch goed, noch noodzakelijk is, hoef ik het niet te weten. Laten we het dan begraven en belast jezelf en mij er niet mee!” Hoeveel ervan afhangt, dat we onze tong en onze woorden goed gebruiken, zegt ook de Jakobusbrief in zijn ‘meditatie’ over de tong: ...de tong is een klein lid en voert toch een hoge toon... Met haar loven wij de Heer en Vader en met haar vervloeken wij de mensen, die naar de gelijkenis van God geschapen zijn: uit dezelfde mond komt zegening en vervloeking voort. Dit moet, broeders en zusters, niet zo zijn. (Jakobusbrief 3:5,9,10). De apostel Paulus zet bij de bron – bij het denken – in: Voorts, broeders en zusters, al wat waar, al wat waardig, al wat rein, al wat beminnelijk, al wat welluidend is, al wat deugd heet en lof verdient, bedenkt dat; wat jullie geleerd en overgeleverd is, wat jullie van mij gehoord en gezien hebt, breng dat in toepassing en de God van vrede zal met u zijn.” (Filippenzenbrief 4:8,9).

Paul F. Thimm


Voor meer zie het overzicht

  Meer informatie     ANBI-register Doopsgezinde Gemeente Breda
 
  contact maandblad privacy
  routebeschrijving nieuwsbrief disclaimer
  veelgestelde vragen inloggen  colofon
     
   
  © 2019 Doopsgezind.nl